ECLI:NL:RVS:2006:AZ4147
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- M.A.A. Mondt Schouten
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel na gewijzigde waardering ambtsberichten Syrië
Appellanten hebben meerdere keren een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister zijn afgewezen. De minister baseerde zijn beslissing onder meer op individuele ambtsberichten van de Minister van Buitenlandse Zaken waarin werd vermeld dat appellanten niet werden gezocht door de Syrische autoriteiten, alsmede op het ontbreken van documenten en twijfels over de geloofwaardigheid van de verklaringen.
Later werd door de minister een gewijzigde waardering gegeven aan deze ambtsberichten, waarbij dergelijke berichten niet langer uitsluitend als grond voor afwijzing worden gebruikt, maar slechts als aanvullende aanwijzing in samenhang met andere feiten. Appellanten stelden dat deze gewijzigde waardering een nieuw feit vormde dat de eerdere beslissingen zou moeten beïnvloeden.
De Raad van State oordeelde dat de gewijzigde waardering inderdaad bestaat, maar dat deze niet afdoet aan de eerdere besluiten omdat deze niet uitsluitend op het ambtsbericht van 3 maart 2003 waren gebaseerd. De voorzieningenrechter had dan ook terecht geoordeeld dat er geen sprake was van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden die toetsing van het besluit mogelijk maken.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep kennelijk ongegrond en bevestigde de uitspraak van de voorzieningenrechter. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de afwijzing van de asielaanvragen vanwege het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.