Uitspraak
200307286/1(AB 2004, 320), volgt uit artikel 20.8 dat ook indien slechts voor een gedeelte van de inrichting een bouwvergunning nodig is, de milieuvergunning in het geheel niet in werking treedt wanneer die bouwvergunning niet is verleend.
Raad van State
Bij besluiten van 16 november 2006 legde het college van burgemeester en wethouders van Maasdriel aan verzoekers afzonderlijk een last onder dwangsom op wegens overtreding van een geurgrenswaarde uit een Hinderwetvergunning voor een compostbedrijf. Verzoekers maakten bezwaar en vroegen om een voorlopige voorziening.
De Voorzitter constateerde dat alleen de besloten vennootschap sub 1 de inrichting drijft en dat de last onder dwangsom aan de BV sub 2 geschorst moest worden. De geurgrenswaarde uit voorschrift 7.1 van de vergunning gold onverkort, ondanks betwisting door verzoekers. De overtreding was aannemelijk en handhaving was gerechtvaardigd.
De Voorzitter stelde echter vast dat de begunstigingstermijn van zeven dagen te kort was om de overtreding ongedaan te maken, mede vanwege de benodigde aanleg van een biobed die minimaal zes weken in beslag neemt. Daarom werd een voorlopige voorziening getroffen die een langere termijn toestaat om aan de geurgrenswaarde te voldoen.
Daarnaast werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan verzoekers.
Uitkomst: De last onder dwangsom aan de BV wordt geschorst en de termijn voor naleving van de geurgrenswaarde wordt verlengd tot ruim zes weken na 10 november 2006.