Uitspraak
200507068/1(JB 2006/168, en AB 2006, 168) is de Minister niet verplicht om na te gaan of de gesprekspartners toestemming geven voor openbaarmaking van hun weggelakte persoonsgegevens. De rechtbank heeft met juistheid verwezen naar de passage uit de memorie van toelichting bij de wet van 30 september 2004 (Stb. 2004, 519) tot invoering van het derde lid van artikel 10 van Pro de Wob: "Voor de duidelijkheid zij erop gewezen dat artikel 10, derde lid (nieuw), van de Wet openbaarheid van bestuur geen verplichting behelst voor het bestuursorgaan om steeds bij betrokkene na te gaan of deze toestemming heeft verleend." (Tweede Kamer 2002-2003, 28 835, nr. 3, p. 32.).
200507068/1een eenmaal toegezegde vertrouwelijkheid niet zonder meer leiden tot geheimhouding van de identiteit van de gesprekspartner. Telkenmale moet een individuele afweging worden gemaakt indien een verzoek om openbaarmaking wordt gedaan. De Minister heeft onweersproken laten weten dat een dergelijke individuele afweging is gemaakt.