ECLI:NL:RVS:2006:AZ3234
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- W. van den Brink
- Ch.W. Mouton
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging bouwvergunning voor verbouwing jeugdhuis in strijd met bestemmingsplan
Appellant, het college van burgemeester en wethouders van Boxmeer, verleende op 17 februari 2005 een bouwvergunning voor het verbouwen van een jeugdhuis aan de Sint Cornelisstraat 28a te Vortum-Mullem. Deze vergunning werd aangevochten door een belanghebbende, die bezwaar maakte tegen de vergunning. De voorzieningenrechter van de rechtbank 's-Hertogenbosch verklaarde het beroep van de belanghebbende gegrond en vernietigde het besluit tot vergunningverlening.
Appellant stelde in hoger beroep dat het jeugdhuis als horecabedrijf moest worden aangemerkt, waardoor de vergunning niet in strijd zou zijn met het bestemmingsplan. De Raad van State oordeelde echter dat het bestemmingsplan geen definitie geeft van het begrip horecabedrijf en dat aansluiting bij de Drank- en Horecawet niet passend is, omdat deze wet uitsluitend regels stelt omtrent het verstrekken van alcoholhoudende dranken.
Verder bleek uit de aanvraag dat het gebruik van het gebouw na verbouwing sociale en educatieve doeleinden zou dienen, wat niet binnen de bestemming van het bestemmingsplan valt. De Afdeling bestuursrechtspraak concludeerde dat de vergunning onterecht was verleend en bevestigde de uitspraak van de voorzieningenrechter.
Tot slot werd het college veroordeeld tot betaling van de proceskosten van € 644,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: Het hoger beroep van het college van burgemeester en wethouders van Boxmeer wordt ongegrond verklaard en de vernietiging van de bouwvergunning bevestigd.