Uitspraak
200404452/1, heeft het college bij besluit van 11 augustus 2005 het tegen primaire besluit door appellante gemaakte bezwaar opnieuw ongegrond verklaard.
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Eersel wees op 10 september 2002 het pand van appellante aan als gemeentelijk monument. Appellante maakte bezwaar tegen deze aanwijzing, dat door het college ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit eveneens ongegrond. Hiertegen stelde appellante hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat het college de Monumentencommissie om advies had gevraagd, ook na ontvangst van tegenadvies van een deskundige namens appellante. De Monumentencommissie had de architectuurhistorische waarde van het pand bevestigd, waarbij de waardering binnen de beoordelingsvrijheid viel. De Raad oordeelde dat de motivering in de redengevende beschrijving adequaat en feitelijk juist was.
Verder verwierp de Raad het argument van appellante dat het besluit onredelijk was vanwege privacy-inbreuk door de aanwijzing. De Raad stelde dat de verplichting tot het aanvragen van een wijzigingsvergunning bij interieurwijzigingen niet uitzonderlijk is en dat appellante dit niet voldoende had onderbouwd.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot aanwijzing als gemeentelijk monument blijft gehandhaafd.