ECLI:NL:RVS:2006:AZ2811
Raad van State
- Hoger beroep
- J.R. Schaafsma
- M.W.L. Simons-Vinckx
- W.D.M. van Diepenbeek
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake ontginningsplan steenzout en niet-ontvankelijkheid beroep
Appellant sub 1 had het ontginningsplan voor de winning van steenzout in de gemeente Franekeradeel onder voorwaarden goedgekeurd op grond van de concessie. Appellanten sub 2 maakten bezwaar tegen het besluit, met name vanwege het ontbreken van voorwaarden omtrent verziltingsproblematiek. De rechtbank Leeuwarden verklaarde het beroep van appellanten sub 2 gegrond en vernietigde het besluit, met de opdracht aan de minister om een nieuw besluit te nemen.
Tegen deze uitspraak werd hoger beroep ingesteld door alle partijen. De Raad van State oordeelde dat met de inwerkingtreding van de Mijnbouwwet per 1 januari 2003 het ontginningsplan op grond van de oude concessie geen betekenis meer had, omdat de winning van delfstoffen voortaan moest plaatsvinden overeenkomstig een winningsplan dat door de minister moest worden goedgekeurd.
Het winningsplan "Barradeel II" was op 28 juni 2004 onder voorwaarden goedgekeurd en het zout winnen begon pas op 1 oktober 2004, na het verstrijken van de overgangstermijn. Hierdoor was het ontginningsplan van ondergeschikt belang geworden. De rechtbank had dit niet onderkend, waardoor de uitspraak werd vernietigd. Het beroep van appellanten sub 2 werd niet-ontvankelijk verklaard wegens het vervallen van het procesbelang. Tevens werd het griffierecht aan appellanten sub 2 en sub 3 terugbetaald.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en het beroep van appellanten sub 2 wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens vervallen procesbelang.