ECLI:NL:RVS:2006:AZ1246
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen besluit hoofdstembureau over geldigheid kandidatenlijst Tweede Kamerverkiezingen
Op 13 oktober 2006 heeft het hoofdstembureau in Tilburg besloten over de geldigheid van de kandidatenlijsten voor de Tweede Kamerverkiezingen van 22 november 2006. Appellant stelde beroep in tegen dit besluit omdat het hoofdstembureau volgens hem ten onrechte geen beslissing had genomen over de kandidatenlijst van de Partij voor Nederland.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat op de dag van kandidaatstelling, 10 oktober 2006, geen kandidatenlijst van de Partij voor Nederland was ingeleverd en dat deze partij zich ook niet had laten vertegenwoordigen tijdens de openbare zitting van 13 oktober 2006. Het hoofdstembureau kon daarom niet oordelen over de geldigheid van een niet ingeleverde lijst.
Hoewel appellant stelde dat overmacht bestond wegens diefstal van de kandidatenlijst, stelde de Afdeling vast dat de partij niet tijdig contact had gezocht en dat het niet indienen van de lijst binnen de risicosfeer van de partij viel. De strikte bepalingen van de Kieswet laten geen ruimte voor afwijking, behalve in zeer uitzonderlijke gevallen die hier niet aanwezig waren.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van het hoofdstembureau over de geldigheid van de kandidatenlijst van de Partij voor Nederland is ongegrond verklaard.