ECLI:NL:RVS:2006:AZ0821

Raad van State

Datum uitspraak
25 oktober 2006
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
200509669/1
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 23 WroArt. 27 WroArt. 54 AwbArt. 56 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep tegen goedkeuringsbesluit bestemmingsplan Het Klooster-Zuid te Nieuwegein

De gemeenteraad van Nieuwegein stelde op 17 februari 2005 het bestemmingsplan "Het Klooster-Zuid, correctieve herziening" vast, op voorstel van het college van burgemeester en wethouders. Het college van gedeputeerde staten van Utrecht keurde dit plan goed bij besluit van 30 september 2005. Appellant stelde hiertegen beroep in bij de Raad van State op 24 november 2005.

De Afdeling bestuursrechtspraak behandelde de zaak op 11 september 2006. Uit het dossier en de zitting bleek dat appellant geen zienswijze had ingediend tegen het ontwerp-bestemmingsplan bij de gemeenteraad binnen de daarvoor gestelde termijn. Ook had appellant geen bedenkingen gericht tegen de gewijzigde vaststelling van het plan. Volgens de Wet op de Ruimtelijke Ordening kan alleen beroep worden ingesteld tegen het goedkeuringsbesluit door degene die tijdig een zienswijze heeft ingediend, tenzij er sprake is van wijzigingen door de gemeenteraad, onthouding van goedkeuring of onmogelijkheid tot het indienen van een zienswijze.

Geen van deze uitzonderingen was van toepassing. De stelling van appellant dat stukken niet ter inzage lagen op een bepaalde datum werd niet als rechtvaardiging aanvaard, mede omdat appellant erkende de stukken binnen de termijn te hebben ingezien. Daarom verklaarde de Afdeling het beroep niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het beroep van appellant tegen het goedkeuringsbesluit van het bestemmingsplan is niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig indienen van een zienswijze.

Uitspraak

200509669/1.
Datum uitspraak: 25 oktober 2006
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak in het geding tussen:
[appellant], wonend te [woonplaats],
en
het college van gedeputeerde staten van Utrecht,
verweerder.
1.    Procesverloop
Bij besluit van 17 februari 2005 heeft de gemeenteraad van Nieuwegein, op voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 4 januari 2005 het bestemmingsplan "Het Klooster-Zuid, correctieve herziening" vastgesteld.
Verweerder heeft bij zijn besluit van 30 september 2005, 2005REG002965i, beslist over de goedkeuring van het bestemmingsplan.
Tegen dit besluit heeft appellant bij brief van 23 november 2005, bij de Raad van State ingekomen op 24 november 2005, beroep ingesteld.
Bij brief van 6 april 2006 heeft verweerder een verweerschrift ingediend.
Na afloop van het vooronderzoek zijn nadere stukken ontvangen van appellant en van de gemeenteraad van Nieuwegein. Deze zijn aan de andere partijen toegezonden.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 11 september 2006, waar verweerder, vertegenwoordigd door G.A. de Mello, ir. J.W.P.M. Willems en
S. Kreuger, ambtenaren van de provincie, zijn verschenen.
Voorts is als partij gehoord de gemeenteraad van Nieuwegein, vertegenwoordigd door mr. N.S.J. Koeman en mr. D.S.P. Fransen, advocaten te Amsterdam, en mr. A. Ayal, mr. M. van Rijbroek, drs. A. de Bree en ing. S. Buitelaar, ambtenaren van de gemeente, en dr. J.J. Erbrink, werkzaam bij onderzoeksbureau KEMA. Appellant is ter zitting niet verschenen.
2.    Overwegingen
Overgangsrecht
2.1.    Op 1 juli 2005 zijn de Wet uniforme openbare voorbereidingsprocedure Awb en de Aanpassingswet uniforme openbare voorbereidingsprocedure in werking getreden. Uit het daarbij behorende overgangsrecht volgt dat het recht zoals dat gold vóór de inwerkingtreding van deze wetten op dit geding van toepassing blijft.
Ontvankelijkheid beroep appellant
2.2.    Appellant heeft niet binnen de in artikel 23, eerste lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening gestelde termijn een zienswijze tegen het ontwerp-plan ingebracht bij de gemeenteraad. Appellant heeft blijkens zijn bedenkingengeschrift geen bedenkingen gericht tegen de gewijzigde vaststelling van het plan.
Ingevolge de artikelen 54, tweede lid, onder d, en 56, tweede lid, gelezen in samenhang met de artikelen 23, eerste lid, en 27, eerste en tweede lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening, kan beroep slechts worden ingesteld tegen het goedkeuringsbesluit van het college van gedeputeerde staten, door degene die tegen het ontwerp-plan tijdig een zienswijze bij de gemeenteraad heeft ingebracht.
Dit is slechts anders voor zover de gemeenteraad bij de vaststelling van het plan daarin wijzigingen heeft aangebracht ten opzichte van het ontwerp, voor zover het besluit van het college van gedeputeerde staten strekt tot onthouding van goedkeuring, dan wel indien een belanghebbende aantoont dat hij redelijkerwijs niet in staat is geweest een zienswijze in te brengen. Geen van deze omstandigheden doet zich voor. Geen rechtvaardiging is gelegen in de door appellant gestelde omstandigheid dat op vrijdag 22 oktober 2004 niet alle op het ontwerp betrekking hebbende stukken ter inzage lagen. Daargelaten de juistheid van deze stelling, valt niet in te zien dat appellant hierdoor geen zienswijze heeft kunnen indienen. In tegendeel, als bedoelde stukken niet ter inzage zouden hebben gelegen, had het des te meer in de rede gelegen dit punt in een zienswijze naar voren te brengen. Overigens heeft appellant erkend dat hij de op het ontwerp betrekking hebbende stukken heeft ingezien binnen de termijn waarin een zienswijze kon worden ingediend.
Het beroep van appellant is dan ook niet-ontvankelijk.
Proceskosten
2.3.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3.    Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
verklaart het beroep van [appellant] niet-ontvankelijk.
Aldus vastgesteld door mr. B.J. van Ettekoven, Voorzitter, en mr. M.G.J. Parkins-de Vin en mr. J.A.W. Scholten-Hinloopen, Leden, in tegenwoordigheid van mr. P.F.W. Tuit, ambtenaar van Staat.
w.g. Van Ettekoven    w.g. Tuit
Voorzitter    ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 25 oktober 2006
425.