ECLI:NL:RVS:2006:AZ0815
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W.C.E. Hammerstein-Schoonderwoerd
- R.I.Y. Lap
- Rechtspraak.nl
Onvoldoende spoedige melding brand ongewoon voorval volgens Wet milieubeheer
Bij besluit van 13 oktober 2005 legde het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland aan appellante een last onder dwangsom op wegens het niet zo spoedig mogelijk melden van een brand in de knipschaar, zoals vereist in artikel 17.2, eerste lid, in samenhang met artikel 17.1 van de Wet milieubeheer.
Appellante betwistte dat de melding niet spoedig was gedaan en verwees naar prioriteit van calamiteitenbestrijding, waaronder het inschakelen van hulpdiensten en het vrijmaken van het terrein. Verweerder stelde dat de melding pas ongeveer twee uur na het ontstaan van de brand plaatsvond, wat niet spoedig genoeg was.
De Raad van State oordeelde dat, ook uitgaande van het vroegere tijdstip van melding, niet aannemelijk was dat de melding spoedig genoeg was gedaan. Het feit dat hulpdiensten wel snel werden ingeschakeld en dat medewerkers aanwezig waren die de melding hadden kunnen doen, maakte dit aannemelijk. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Verder werden andere bezwaren van appellante, zoals wijziging van de grondslag van het besluit, onvoldoende motivering van de dwangsom en onzorgvuldige voorbereiding, verworpen. De Raad van State bevestigde dat de dwangsom een extra stimulans is om aan de meldingsplicht te voldoen.
De uitspraak werd op 25 oktober 2006 in het openbaar uitgesproken door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de last onder dwangsom wegens het niet spoedig melden van de brand is ongegrond verklaard.