ECLI:NL:RVS:2006:AY9863

Raad van State

Datum uitspraak
5 oktober 2006
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
200606520/2
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 Awb
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening tegen verplichting nieuwe beslissing op bezwaar bouwvergunning

Het college van burgemeester en wethouders van Geldermalsen heeft op 1 september 2004 een aanvraag voor een reguliere bouwvergunning voor het geheel vernieuwen van een bedrijfswoning en een bedrijfspand afgewezen. Na een bezwaarprocedure verklaarde het college het bezwaar ongegrond. De rechtbank Arnhem verklaarde het beroep van de wederpartijen gegrond, vernietigde het besluit en bepaalde dat het college binnen twee maanden een nieuw besluit moest nemen op het bezwaar.

Het college stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening om te voorkomen dat het nieuwe besluit al vóór de uitspraak in hoger beroep genomen moest worden. De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak behandelde het verzoek op zitting en oordeelde dat de kwestie van de interpretatie van het bestemmingsplan beter in de hoofdzaak kan worden behandeld.

Gezien de belangen van de wederpartijen en het belang van een zorgvuldige behandeling van de hoofdzaak, besloot de Voorzitter het verzoek om voorlopige voorziening toe te wijzen. Hierdoor hoeft het college geen nieuwe beslissing op bezwaar te nemen totdat de Raad van State uitspraak heeft gedaan in het hoger beroep. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het college hoeft geen nieuwe beslissing op bezwaar te nemen totdat de Raad van State het hoger beroep heeft beslist.

Uitspraak

200606520/2.
Datum uitspraak: 5 oktober 2006
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) hangende het hoger beroep van:
het college van burgemeester en wethouders van Geldermalsen,
verzoeker,
tegen de uitspraak in zaak nos. AWB 05/5108 en 06/816 van de rechtbank Arnhem van 25 juli 2006 in het geding tussen:
[wederpartijen], wonend te [woonplaats],
en
verzoeker.
1.    Procesverloop
Bij besluit van 1 september 2004 heeft verzoeker afwijzend beslist op een aanvraag van [wederpartij] om reguliere bouwvergunning eerste fase voor het geheel vernieuwen van een bedrijfswoning en een bedrijfspand op het perceel [locatie] te [plaats].
Bij besluit van 24 januari 2006 heeft verzoeker het daartegen door [wederpartijen] ingediende bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 25 juli 2006, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank Arnhem (hierna: de rechtbank) voor zover hier van belang het door de [wederpartijen] tegen het besluit van 24 januari 2006 ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat verzoeker binnen twee maanden een nieuw besluit neemt op het voormelde bezwaar.
Tegen deze uitspraak heeft verzoeker bij brief van 31 augustus 2006, bij de Raad van State ingekomen op 5 september 2006, hoger beroep ingesteld. Bij brief van eveneens  31 augustus 2006, ook bij de Raad van State ingekomen op 5 september 2006, heeft verzoeker de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 27 september 2006, waar verzoeker, vertegenwoordigd door J. Strang, ambtenaar der gemeente, en [wederpartijen], bijgestaan door mr. J.P. Hoegee, advocaat te Nijmegen, zijn verschenen.
2.    Overwegingen
2.1.    Het verzoek heeft geen verdere strekking dan dat bij wijze van voorlopige voorziening wordt bepaald dat verzoeker in afwachting van de uitspraak op het door hem ingestelde hoger beroep geen gevolg hoeft te geven aan de uitspraak van de rechtbank.
2.2.    De vraag, of de bestreden uitspraak van de rechtbank in stand dient te blijven, vergt een interpretatie van de betrokken voorschriften van het geldende bestemmingsplan "Buitengebied 1984", welke zich minder leent voor een beantwoording in het kader van de behandeling van het ingediende verzoek om voorlopige voorziening. Gelet op de reële belangen van [wederpartijen] bestaat aanleiding om het daarheen te leiden dat de hoofdzaak op een zitting van de Afdeling in januari 2007 zal worden behandeld. Gelet hierop zal het verzoek worden toegewezen.
2.3.    De Voorzitter zal de hierna te melden voorlopige voorziening treffen.
2.4.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3.    Beslissing
De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
treft de voorlopige voorziening dat het college van burgemeester en wethouders van Geldermalsen geen nieuwe beslissing op bezwaar hoeft te nemen voordat de Afdeling op het hoger beroep heeft beslist.
Aldus vastgesteld door mr. J.E.M. Polak, Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. S.W. Schortinghuis, ambtenaar van Staat.
w.g. Polak    w.g. Schortinghuis
Voorzitter    ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 5 oktober 2006
66.