ECLI:NL:RVS:2006:AY9845
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
- W.D.M. van Diepenbeek
- C.J.M. Schuyt
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen last onder dwangsom voor beëindiging verhuur verblijfsinrichting
Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam legde appellante een last onder dwangsom op om de verhuur en exploitatie van een verblijfsinrichting op de vierde verdieping van een pand te beëindigen. Appellante stelde dat de woning op de vierde verdieping zelfstandige woonruimte was en geen verblijfsinrichting. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellante ongegrond en handhaafde het besluit.
Appellante ging in hoger beroep bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de woning op de vierde verdieping wel degelijk zelfstandige woonruimte is, omdat deze een eigen toegang heeft en over essentiële voorzieningen zoals elektriciteit en aardgas beschikt die door de bewoners zelf kunnen worden uitgeschakeld. De eerdere beoordeling van de rechtbank dat de woning afhankelijk was van voorzieningen van buitenaf was onjuist.
De Raad van State vernietigde daarom het besluit van het college en de uitspraak van de rechtbank. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht. Tevens werd het college opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot beëindiging verhuur verblijfsinrichting wordt vernietigd.