ECLI:NL:RVS:2006:AY8525
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
- W.D.M. van Diepenbeek
- C.J.M. Schuyt
- G.J. Michiels van Kessenich
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake inzage ambtsbericht asielprocedure
Appellant verzocht de Minister van Buitenlandse Zaken om inzage in stukken die ten grondslag lagen aan een individueel ambtsbericht uit 2001 in het kader van een asielprocedure. De Minister gaf gedeeltelijke inzage, waarna appellant bezwaar maakte dat ongegrond werd verklaard. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
Appellant stelde hoger beroep in bij de Raad van State en voerde aan dat de rechtbank ten onrechte niet had gevraagd om zijn toestemming voor kennisneming van stukken waarvan de inzage beperkt was op grond van artikel 8:29 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat de rechtbank appellant niet in de gelegenheid had gesteld om die toestemming te verlenen, wat een schending van het procesrecht betekende.
De Afdeling vernietigde daarom het vonnis van de rechtbank. Na alsnog kennis te hebben genomen van de vertrouwelijke passages, oordeelde de Afdeling dat de belangenafweging van de Minister om de stukken niet openbaar te maken redelijk was. Het beroep werd uiteindelijk ongegrond verklaard. De griffierechten werden aan appellant terugbetaald.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank wordt vernietigd en het beroep wordt uiteindelijk ongegrond verklaard.