Uitspraak
200408044/1, wederom beslist over de goedkeuring. Hij heeft het plandeel met de bestemming "Agrarisch veenontginningslandschap Ederveen" en de aanduiding "agrarische nevenactiviteit" ter plaatse van het perceel [locatie] te Ederveen niet in strijd met het recht of een goede ruimtelijke ordening geacht en heeft het goedgekeurd.
200408044/1, heeft de Afdeling onder meer het volgende overwogen:
200408044/1is gevoegd. Voorts heeft de eigenaar van het perceel [locatie] ter zitting een aankoopfactuur, gedateerd 20 maart 1992, overgelegd van een pony en een veulen en stelt hij dat in het voornoemde deskundigenbericht ten onrechte geen rekening is gehouden met de aanwezigheid van een melkkoe ten tijde van de inventarisatie in 1992 op het betrokken perceel, zodat ten onrechte is uitgegaan van een veebezetting van 4,7 sbe. Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting is bij de Voorzitter twijfel blijven bestaan over de aanwezigheid van de pony op het betrokken perceel ten tijde van de inventarisatie in 1992 en over beoordeling van de vraag of, indien van de aanwezigheid van de pony wordt uitgegaan, de vereiste veebezetting van 10 sbe wordt bereikt. De Voorzitter is van oordeel dat beoordeling van de vraag of met de tot dusverre ingebrachte stukken voldoende is aangetoond dat de veebezetting in 1992 de vereiste 10 sbe bedroeg om de bedrijvigheid ter plaatse van het perceel [locatie] aan te duiden als "agrarische nevenactiviteit", nader onderzoek vergt, waartoe de voorlopige voorzieningprocedure zich niet leent. In dit kader dringt de Voorzitter er op aan dat partijen ten behoeve van de behandeling van de zaak in de bodemprocedure zo spoedig mogelijk nadere gegevens overleggen ter onderbouwing van hun standpunten. Gelet op het vorenstaande ziet de Voorzitter ter voorkoming van onomkeerbare ontwikkelingen aanleiding het bestreden besluit bij wijze van voorlopige voorziening te schorsen.