ECLI:NL:RVS:2006:AY8082
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- T.M.A. Claessens
- B.J. van Ettekoven
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schadevergoeding na onttrekking spoorwegovergang in Harlingen
Het college van gedeputeerde staten van Fryslân onttrok in 1997 een spoorwegovergang te Harlingen aan het openbaar verkeer. Appellante vorderde daarop schadevergoeding wegens omrijkosten en verminderde exploitatiemogelijkheden van haar houtimport- en opslagbedrijf. Het college wees het verzoek af op basis van een advies van het SAOZ, waarin werd gesteld dat de onttrekking geen aantoonbare nadelige invloed had op de aan- en afvoer van hout en dat de financiële teruggang vooral door marktomstandigheden werd veroorzaakt.
De rechtbank Leeuwarden verklaarde het beroep van appellante tegen deze afwijzing ongegrond. Appellante stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte het SAOZ-advies als doorslaggevend beschouwde en dat de huuropzeggingen en verminderde verhuurbaarheid van loodsen wel degelijk verband hielden met de onttrekking. De Raad van State oordeelde dat appellante onvoldoende concrete feiten had aangevoerd om het advies te weerleggen en dat de financiële gegevens geen oorzakelijk verband met het besluit aantoonden.
De Raad van State bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek om schadevergoeding bevestigd.