ECLI:NL:RVS:2006:AY7549
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- T.M.A. Claessens
- I.A. Molenaar
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering voorrangsverklaring huisvesting gemeente Amersfoort
Appellant verzocht het college van burgemeester en wethouders van Amersfoort om een voorrangsverklaring voor huisvesting, welke op 15 december 2005 werd geweigerd. Na een bezwaarprocedure en een uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Utrecht, die het beroep ongegrond verklaarde, stelde appellant hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat het college terecht het advies van de GGD-arts als grondslag voor de weigering heeft genomen. De door appellant overgelegde medische verklaringen boden onvoldoende aanknopingspunten om af te wijken van het advies. Er was geen directe relatie tussen de medische problematiek van de kinderen en de woonsituatie, zoals vereist in de Huisvestingsverordening Amersfoort 2004.
De Raad van State bevestigde de uitspraak van de voorzieningenrechter en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen de weigering van een voorrangsverklaring wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de voorzieningenrechter bevestigd.