Uitspraak
200402045/1.
200402045/1, heeft de Afdeling de uitspraak van de rechtbank Haarlem van 29 januari 2004, kenmerk AWB 03-1199, bevestigd. Deze uitspraak is aangehecht.
Raad van State
Chip(s)hol III B.V. verzocht de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State om herziening van een uitspraak van 15 juni 2005, waarin een eerdere uitspraak van de rechtbank Haarlem werd bevestigd. Het verzoek was gebaseerd op de stelling dat het college van burgemeester en wethouders van Haarlemmermeer vooringenomen was bij de beslissing over een bouwvergunning en dat er nieuwe feiten bestonden die deze vooringenomenheid zouden aantonen.
De Afdeling overwoog dat voor herziening op grond van artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht vereist is dat er feiten of omstandigheden zijn die vóór de uitspraak hebben plaatsgevonden, die niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn bij de indiener, en die, indien wel bekend geweest, tot een andere uitspraak hadden kunnen leiden.
De Afdeling concludeerde dat de beweerde vooringenomenheid van het college, zelfs indien aanwezig, geen grond voor herziening oplevert omdat de geschilpunten inhoudelijk volledig aan het oordeel van de Afdeling waren onderworpen. Tevens waren de door verzoekster aangevoerde feiten niet aannemelijk nieuw en zouden deze niet tot een andere uitspraak hebben geleid.
Daarom werd het verzoek tot herziening afgewezen en werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd in het openbaar gedaan op 30 augustus 2006.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening van de uitspraak wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten die tot een andere uitspraak hadden kunnen leiden.