ECLI:NL:RVS:2006:AY7145
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering vrijstelling gebruik parkeergarage in strijd met bestemmingsplan
Het college van burgemeester en wethouders van 's-Hertogenbosch weigerde op 17 augustus 2004 vrijstelling te verlenen voor het tijdelijke gebruik van de Putgarage als openbare parkeergarage, omdat dit in strijd was met het bestemmingsplan en het gemeentelijke verkeers- en parkeerbeleid. Appellant stelde beroep in tegen deze weigering, maar de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond op 10 november 2005.
Appellant voerde aan dat het gemeentelijke verkeers- en vervoersbeleid in de praktijk niet wordt uitgevoerd en dat het gelijkheidsbeginsel werd geschonden omdat andere garages wel openbaar zijn. De Raad van State oordeelde echter dat het college een consistent beleid voert gericht op het verkeersluw maken van de binnenstad en het verplaatsen van kortparkeren naar de rand van de binnenstad.
De Raad van State stelde vast dat de Putgarage vanwege haar beperkte omvang en het ontbreken van matrixbordindicaties niet gelijk is aan andere garages zoals die aan de Wolvenhoek. Ook werd geoordeeld dat het gemeentelijke beleid gericht is op het weren van kortparkeren in de binnenstad, zodat geen bijzondere omstandigheden waren die het college tot een ander besluit konden brengen.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van vrijstelling bevestigd.