ECLI:NL:RVS:2006:AY7131
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhavingsbesluit tegen illegale erfafscheiding en prikkeldraadconstructie
Het college van burgemeester en wethouders van Heusden besloot in 2003 niet handhavend op te treden tegen een rasterwerk in de voortuin van appellant. Na bezwaar van een derde en een eerdere uitspraak van de rechtbank werd het college alsnog verplicht handhavend op te treden en de appellant te gelasten het rasterwerk en prikkeldraadconstructies te verwijderen of aan te passen.
Appellant stelde beroep in tegen dit handhavingsbesluit, maar de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. Appellant ging vervolgens in hoger beroep bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat sprake was van bouwen zonder vergunning, dat het college bevoegd was tot handhaving en dat geen bijzondere omstandigheden bestonden om van handhaving af te zien.
De Raad van State verwierp het beroep van appellant, onder meer omdat geen concreet uitzicht op legalisatie bestond, het tijdsverloop geen bijzondere omstandigheid vormde en geen gerechtvaardigd vertrouwen op handhavingsvrijstelling was gebleken. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het handhavingsbesluit wordt bevestigd.