ECLI:NL:RVS:2006:AY7123
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- H. Beekhuis
- G.K. Klap
- Rechtspraak.nl
Schorsing last onder dwangsom wegens toepassing lichtverontreinigde grond bij parkeerterrein
Verzoekster, Stichting Amphia, gebruikte bij de aanleg van een parkeerterrein bij de Hans Berger Kliniek lichtverontreinigde grond (categorie 1) die vrijkwam bij de bouw. Verweerder, het college van burgemeester en wethouders van Oosterhout, legde haar een last onder dwangsom op wegens overtreding van het Bouwstoffenbesluit omdat geen fysieke scheiding was aangebracht tussen deze grond en de bodem.
Verzoekster betoogde dat zij de grond in overeenstemming met het Bouwstoffenbesluit had teruggebracht en dat de kosten van naleving onevenredig hoog waren ten opzichte van het milieubelang. Verweerder stelde dat de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse niet was onderzocht, waardoor risico op vermenging met schone bodemgrond bestond.
De Voorzitter constateerde dat onvoldoende duidelijk was of de grond daadwerkelijk nabij de ontgravingsplaats was teruggebracht en dat de overschrijding van grenswaarden gering was zonder gevaar voor uitloging. Gezien het algemene belang van handhaving mag een bestuursorgaan in principe bestuursdwang toepassen, maar slechts bij bijzondere omstandigheden kan daarvan worden afgezien.
In dit geval vond de Voorzitter dat verweerder niet in redelijkheid tot het besluit tot oplegging van de last onder dwangsom kon komen, mede vanwege het ontbreken van concreet uitzicht op legalisatie en de onevenredigheid van handhaving. Daarom werd het besluit geschorst en werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot oplegging van de last onder dwangsom wordt geschorst wegens onevenredigheid en onvoldoende duidelijkheid over bodemtoepassing.