ECLI:NL:RVS:2006:AY6768
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- Th.G. Drupsteen
- J.G.C. Wiebenga
- H. Borstlap
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vergunning fruitkwekerij wegens onvoldoende akoestische onderbouwing
Het college van burgemeester en wethouders van Noorder-Koggenland verleende op 14 juni 2005 een milieuvergunning voor het oprichten en in werking hebben van een fruitkwekerij. Appellant stelde beroep in tegen dit besluit, onder meer vanwege onduidelijkheden en onjuistheden in het akoestisch rapport dat de geluidbelasting van de inrichting moest onderbouwen.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het akoestisch rapport onvoldoende representatief was, met name door een te lage bronsterkte voor het geluid van de tractor en een te laag aantal verkeersbewegingen. Tevens was niet aannemelijk gemaakt dat het oogstseizoen slechts 14 dagen duurt, zoals in het rapport werd aangenomen. De Afdeling stelde vast dat het bestuursorgaan in strijd met artikel 3:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht niet de nodige kennis had vergaard omtrent de relevante feiten.
Verder werd geoordeeld dat de uitzondering op de piekgeluidgrenswaarden voor transportbewegingen en laad- en losactiviteiten niet zonder meer kon worden toegepast op het laden en lossen met de tractor, omdat dit tot de hoofdactiviteiten van de inrichting behoort. Het beroep werd daarom gegrond verklaard en het besluit vernietigd. Het beroep was niet-ontvankelijk voor zover het de grond van brandpreventie betrof.
De gemeente werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het betaalde griffierecht aan appellant. Het besluit is genomen met inachtneming van het overgangsrecht en het destijds geldende milieurecht.
Uitkomst: Het besluit tot vergunningverlening wordt vernietigd wegens onvoldoende onderbouwing van de geluidbelasting.