Uitspraak
200204123/1, geeft evenmin aanleiding voor die verwachting. Uit die uitspraak volgt, anders dan appellante betoogt, niet dat een maximum oppervlakte is gesteld aan een eventuele met een planherziening mogelijk te maken uitbreiding van de slachterij, zodat er geen aanknopingspunt is voor het oordeel dat het ontwerp-bestemmingsplan in zoverre in strijd is met die uitspraak. De stelling van appellante dat zowel het college als het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland in een eerdere procedure een andersluidend standpunt hebben ingenomen ten aanzien van de mogelijkheid tot uitbreiding van de slachterij, biedt evenmin grond voor het oordeel dat de rechtbank had behoren aan te nemen dat het bestemmingsplan uiteindelijk geen rechtskracht zal verkrijgen.