ECLI:NL:RVS:2006:AY6759
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
- R.W.L. Loeb
- C.H.M. van Altena
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongegrondverklaring beroep tegen planschadevergoeding gemeente Coevorden
Appellant, eigenaar van een perceel in de gemeente Coevorden, vorderde planschadevergoeding wegens waardevermindering van zijn onroerende zaak door vrijstellingsbesluiten van het college van burgemeester en wethouders. De raad kende hem een vergoeding van €8.000 toe, vermeerderd met wettelijke rente. Appellant maakte bezwaar en stelde beroep in tegen dit besluit, maar zowel de raad als de rechtbank verklaarden het bezwaar en beroep ongegrond.
De Raad van State heeft in hoger beroep overwogen dat het advies van de Stichting Adviesbureau Onroerende Zaken (SAOZ), waarop de raad zich baseerde, niet onjuist was. De SAOZ had rekening gehouden met de waardevermindering door de vrijstellingen voor bouwwerken en het gebruik van gronden als tuingrond, inclusief de effecten van een schutting die op de gronden van buren stond.
Appellant stelde dat de SAOZ ten onrechte had aangenomen dat vrijstelling nodig was en dat de schutting onrechtmatig was geplaatst, maar deze bezwaren werden verworpen. De Raad van State bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.