ECLI:NL:RVS:2006:AY6753

Raad van State

Datum uitspraak
18 augustus 2006
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
200605376/1
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • H. Beekhuis
  • T.L.J. Drouen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbVoorschrift 4.1.0 Bijlage I Besluit LPG-tankstations milieubeheerVoorschrift 4.1.1 Bijlage I Besluit LPG-tankstations milieubeheer
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening tegen last onder dwangsom wegens vermeende overtreding LPG-tankstationvoorschriften

Verzoekster, BP Gas Nederland B.V., kreeg op 27 juni 2006 een last onder dwangsom opgelegd door het college van burgemeester en wethouders van Haren wegens het niet naleven van voorschriften 4.1.0 en 4.1.1 van Bijlage I van het Besluit LPG-tankstations milieubeheer. Het betrof een situatie bij het BP Tankstation aan de Emmalaan 35 te Haren.

Verzoekster stelde dat de voorschriften niet overtreden werden omdat de nabijgelegen sloot geen lager gelegen ruimte is zoals bedoeld in de voorschriften. Verweerder betoogde juist dat de sloot wel als lager gelegen ruimte moet worden aangemerkt, waardoor binnen 15 meter van de LPG-installatie geen veilige afstand zou zijn gewaarborgd.

De Voorzitter overwoog dat de bedoeling van de wetgever is om opeenhoping van LPG-gas in lager gelegen ruimten te voorkomen, maar dat een sloot niet als zodanig kan worden aangemerkt. Daarom is er geen sprake van een overtreding van de voorschriften.

Op grond hiervan werd het besluit tot last onder dwangsom geschorst voor zes weken na bekendmaking van de beslissing op bezwaar, met mogelijkheid tot verlenging bij een nieuw verzoek. Tevens werd het betaalde griffierecht van €281,- aan verzoekster vergoed.

Uitkomst: Het besluit tot last onder dwangsom is geschorst omdat een sloot niet als lager gelegen ruimte wordt aangemerkt volgens de voorschriften.

Uitspraak

200605376/1.
Datum uitspraak: 18 augustus 2006
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid "BP Gas Nederland B.V.", gevestigd te Putten,
verzoekster,
en
het college van burgemeester en wethouders van Haren,
verweerder.
1.    Procesverloop
Bij besluit van 27 juni 2006, verzonden op 27 juni 2006 heeft verweerder aan verzoekster een last onder dwangsom opgelegd vanwege het door verzoekster ten aanzien van het BP Tankstation Haren, gelegen aan de Emmalaan 35 te Haren, niet naleven van de voorschriften 4.1.0 en 4.1.1 van Bijlage I van het Besluit LPG-tankstations milieubeheer (hierna: het Besluit).
Tegen dit besluit heeft verzoekster bezwaar gemaakt.
Bij brief van 20 juli 2006, bij de Raad van State ingekomen op 21 juli 2006, heeft verzoekster de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 14 augustus 2006, waar verzoekster, vertegenwoordigd door [technical service manager], is verschenen. Verweerder is, met bericht van verhindering, niet verschenen
2.    Overwegingen
2.1.    Verzoekster betoogt dat de voorschriften 4.1.0 en 4.1.1 van Bijlage I van het Besluit niet worden overtreden. Daartoe voert zij aan dat deze voorschriften niet zien op een in de nabijheid van de LPG-installatie gelegen sloot. Dit omdat dit geen lager gelegen ruimte betreft, aldus verzoekster.
2.2.    Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat de bij de inrichting gelegen sloot moet worden aangemerkt als een lager gelegen ruimte in de zin van voorschrift 4.1.0 van Bijlage I van het Besluit. Binnen een afstand van 15 meter van de LPG-installatie, zijnde het reservoir en vulpunt, is deze lager gelegen ruimte aanwezig, zodat volgens hem van een veilige afstand geen sprake is. Verzoekster overtreedt daarmee de voorschriften 4.1.0 en 4.1.1 van Bijlage I van het Besluit, aldus verweerder.
2.3.    In voorschrift 4.1.0 van Bijlage I van het Besluit is in algemene zin bepaald dat de afstanden tussen het reservoir, het vulpunt of het aflevertoestel en laag gelegen ruimten veilig moeten zijn. Voorschrift 4.1.1 van deze bijlage geeft een nadere invulling daaraan in die zin dat binnen 15 meter van de horizontale projectie van het reservoir, het vulpunt en het aflevertoestel geen kelderopeningen, putten die in open verbinding staan met de openbare riolering, en aanzuigopeningen van ventilatiesystemen gelegen op minder dan 1,5 meter boven het maaiveld, aanwezig mogen zijn.
De kennelijke bedoeling van de wetgever is geweest om opeenhoping van LPG-gas in een lager gelegen ruimte in de nabijheid van eventueel daar aanwezige ontstekingsbronnen te voorkomen. Uitgaande daarvan kan naar het oordeel van de Voorzitter een sloot niet worden aangemerkt als een lager gelegen ruimte in de zin van voorschrift 4.1.0 van deze bijlage, zodat reeds hierom van een overtreding van de voorschriften 4.1.0 en 4.1.1 van deze bijlage geen sprake is.
2.4.    Gelet op het vorenstaande ziet de Voorzitter aanleiding de hierna te melden voorlopige voorziening te treffen.
2.5.    Van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen is niet gebleken.
3.    Beslissing
De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I.    schorst bij wijze van voorlopige voorziening het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Haren van 27 juni 2006, kenmerk 5339920, tot zes weken na de bekendmaking van de beslissing op bezwaar, met dien verstande dat indien binnen die termijn wordt verzocht om een het treffen van een voorlopige voorziening, de schorsing doorloopt totdat op dat verzoek is beslist;
II.    gelast dat de gemeente Haren aan verzoekster het door haar voor de behandeling van het verzoek betaalde griffierecht ten bedrage van € 281,00 (zegge: tweehonderdeenentachtig euro) vergoedt.
Aldus vastgesteld door mr. H. Beekhuis, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. T.L.J. Drouen, ambtenaar van Staat.
w.g. Beekhuis    w.g. Drouen
Voorzitter    ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 18 augustus 2006
375.