ECLI:NL:RVS:2006:AY6747
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.C.E. Hammerstein-Schoonderwoerd
- J.R. Schaafsma
- H. Borstlap
- Rechtspraak.nl
Vernietiging milieuvergunning voor inrichting verwerking bomen en afvalhout wegens onvoldoende motivering geluidoverlast
Bij besluit van 28 juni 2005 verleende het college van gedeputeerde staten van Utrecht een milieuvergunning voor het oprichten en exploiteren van een inrichting voor het rooien, verwerken en verkopen van bomen en afvalhout in de gemeente Loenen aan de Vecht. Appellanten stelden beroep in tegen dit besluit, onder meer vanwege geur- en geluidhinder en vermeende procedurele tekortkomingen.
De Raad van State oordeelde dat het beroep ontvankelijk was en dat de vergunning moest worden beoordeeld aan de hand van het recht van vóór 1 december 2005. De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat de vergunning niet mocht worden geweigerd tenzij de nadelige milieugevolgen niet voldoende konden worden voorkomen door voorschriften. De bezwaren tegen de aanvraaggrondslag, de aanvraagtermijn, handhaving en eerdere afspraken werden verworpen.
De kern van het geschil betrof de geluidbelasting. De vergunning stelde grenswaarden voor geluidniveaus, gebaseerd op de Handreiking industrielawaai en vergunningverlening. Hoewel het bestuursorgaan een bestuurlijke afweging maakte en een overschrijding van het referentieniveau toelaatbaar achtte, bleek uit aanvullende metingen dat de piekgeluidgrenswaarden niet konden worden nageleefd. De motivering van het besluit was onvoldoende, met name voor vrachtwagenbewegingen tussen 06.00 en 07.00 uur. Hierdoor werd het besluit vernietigd.
De Raad van State veroordeelde het college tot vergoeding van proceskosten aan appellanten en tot terugbetaling van griffierecht. De overige beroepsgronden werden niet meer behandeld omdat het geluidaspect doorslaggevend was.
Uitkomst: Het besluit tot verlening van de milieuvergunning wordt vernietigd vanwege onvoldoende motivering omtrent de geluidbelasting.