ECLI:NL:RVS:2006:AY6737
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.M. Boll
- J.G.C. Wiebenga
- M.W.L. Simons-Vinckx
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vergunning composteerinrichting wegens ontbreken milieueffectrapportage
Bij besluit van 12 juli 2005 verleende het college van gedeputeerde staten van Utrecht een vergunning aan de vergunninghoudster voor het oprichten en in werking hebben van een composteerinrichting met een capaciteit van 40.000 ton per jaar. Deze vergunning verving een eerdere vergunning met een capaciteit van 6.000 ton per jaar, die was verlopen.
Appellant stelde beroep in tegen dit besluit en voerde aan dat het besluit niet had mogen worden genomen zonder eerst een milieueffectrapportage (mer) te laten uitvoeren. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat vanwege de capaciteitsuitbreiding boven de drempelwaarde van 100 ton per dag een mer-beoordeling verplicht was volgens artikel 7.4 van de Wet milieubeheer en het Besluit mer-1994.
Omdat deze beoordeling niet had plaatsgevonden, vernietigde de Afdeling het bestreden besluit. De overige beroepsgronden werden niet meer inhoudelijk beoordeeld. Tevens werd appellant het betaalde griffierecht vergoed. Hiermee werd het beroep gegrond verklaard en het besluit van 12 juli 2005 vernietigd.
Uitkomst: Het besluit tot vergunningverlening voor de composteerinrichting wordt vernietigd wegens het ontbreken van een verplichte milieueffectrapportage.