ECLI:NL:RVS:2006:AY6315
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H. Beekhuis
- Rechtspraak.nl
Gedeeltelijke vernietiging vergunningvoorschriften vleesveehouderij wegens onvoldoende motivering en zorgvuldigheid
Het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant nam op 23 december 2005 een nieuw besluit over een vergunning voor een vleesveehouderij annex akkerbouwbedrijf, nadat het eerdere besluit gedeeltelijk was vernietigd. Appellant stelde beroep in tegen dit besluit en betwistte onder meer de inhoud en reikwijdte van bepaalde vergunningvoorschriften.
Tijdens de zitting op 14 juli 2006 trok appellant enkele gronden in, maar bleef bezwaar maken tegen voorschriften 2.1.6, 2.1.7 en 2.3.1. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat voorschrift 2.1.6 onvoldoende gemotiveerd was omdat niet was aangetoond dat de instructieverplichting een reële bijdrage levert aan naleving van de vergunning. Voorschrift 2.1.7 werd verworpen omdat het gesloten houden van ramen en deuren onvoldoende was onderbouwd, gelet op de noodzaak van ventilatie.
Voorschrift 2.3.1, dat een maximale opslag van 75 m3 uien(pulp) voorschrijft, was niet zorgvuldig voorbereid. Verweerder had geen overleg gevoerd met appellant en verkeerde in onjuiste aannames over de feitelijke opslaghoeveelheden. De Afdeling concludeerde dat deze voorschriften onvoldoende zorgvuldig waren voorbereid en niet deugdelijk waren gemotiveerd, waardoor het beroep gedeeltelijk gegrond werd verklaard en deze voorschriften werden vernietigd.
De overige onderdelen van het besluit bleven in stand. Het college van gedeputeerde staten werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het beroep is gedeeltelijk gegrond verklaard en de vergunningvoorschriften 2.1.6, 2.1.7 en 2.3.1 zijn vernietigd wegens onvoldoende motivering en zorgvuldigheid.