ECLI:NL:RVS:2006:AY6313
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- M. Oosting
- J. Verbeek
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen goedkeuring bestemmingsplan Holle Watering
De gemeenteraad van Westland stelde op 30 augustus 2005 het bestemmingsplan Holle Watering vast, dat onder meer bestemmingen voor wonen, maatschappelijke doeleinden en verkeersvoorzieningen bevat. Het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland verleende vervolgens goedkeuring aan dit plan op 18 april 2006. Verzoeker, eigenaar van een perceel binnen het plangebied, maakte bezwaar tegen de goedkeuring van de aanduiding 'langzaam verkeersverbinding' op zijn grond, stellende dat onvoldoende rekening was gehouden met zijn belangen en dat de ligging van het fietspad verschoven moest worden om zijn eigendom te sparen.
Verzoeker vroeg de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State om een voorlopige voorziening te treffen om onomkeerbare gevolgen te voorkomen. Tijdens de zitting op 1 augustus 2006 verschenen verzoeker en vertegenwoordigers van verweerder en de gemeenteraad van Westland. Het gemeentebestuur gaf aan dat voor het perceel van verzoeker nog geen uitwerkingsplan in procedure was gebracht en dat de voorbereiding hiervan niet voor 2011 zou starten.
De Voorzitter oordeelde dat vanwege het ontbreken van een spoedeisend belang het verzoek om voorlopige voorziening niet kan worden toegewezen. Er is immers geen onmiddellijke dreiging van onomkeerbare gevolgen. Het verzoek werd daarom afgewezen en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de goedkeuring van het bestemmingsplan Holle Watering wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.