ECLI:NL:RVS:2006:AY6312
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- M. Oosting
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen goedkeuring bestemmingsplan Oud-West
De stadsdeelraad van Oud-West stelde op 4 oktober 2005 het bestemmingsplan Oud-West vast, dat een conserverend planologisch kader biedt. Verweerder keurde het plan op 25 april 2006 goed. Verzoekers maakten bezwaar tegen de goedkeuring van een wijzigingsbevoegdheid die de bouw van een hotel op het perceel Overtoom 13-17 mogelijk maakt, uit vrees voor verlies van monumentale waarde en verslechtering van luchtkwaliteit.
Verzoekers verzochten de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak om een voorlopige voorziening te treffen om onomkeerbare gevolgen te voorkomen. Tijdens de zitting op 1 augustus 2006 werd duidelijk dat het plan de bouw van het hotel niet direct toestaat, maar pas na een wijzigingsbesluit dat nog minstens een jaar op zich laat wachten. Tevens wordt de procedure omtrent aanwijzing als monument afgewacht.
De Voorzitter concludeerde dat er geen spoedeisend belang is dat het treffen van een voorlopige voorziening rechtvaardigt en wees het verzoek af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de goedkeuring van het bestemmingsplan Oud-West wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.