ECLI:NL:RVS:2006:AY6292
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- W.C.E. Hammerstein-Schoonderwoerd
- J. Heijerman
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en gedeeltelijke herroeping last onder dwangsom milieustraat Bernheze
Bij besluit van 10 januari 2006 legde het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant aan het college van burgemeester en wethouders van Bernheze een last onder dwangsom op wegens het in werking zijn van een gemeentewerf met milieustraat in strijd met de vergunning en het zonder vergunning opslaan van afvalstoffen.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit en verzocht om een voorlopige voorziening. De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak behandelde de zaak en oordeelde dat het handhavend optreden gerechtvaardigd was vanwege het belang van naleving van milieuregels. Echter, op 16 mei 2006 was definitief besloten tot sluiting van de milieustraat per 1 juni 2006, wat een relevante wijziging van omstandigheden vormde.
De Voorzitter stelde vast dat het bestuursorgaan het besluit deels had moeten herroepen met terugwerkende kracht vanaf de datum van sluiting, omdat nakoming van bepaalde keurings- en inspectieverplichtingen niet langer redelijk was. Ook oordeelde hij dat de dwangsommen niet altijd duidelijk waren geformuleerd en daarmee in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel. Het beroep werd gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het primaire besluit deels herroepen.
Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen. Daarnaast werd het college van gedeputeerde staten veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het primaire besluit deels herroepen.