ECLI:NL:RVS:2006:AY5899
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- P.J.J. van Buuren
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen vergunning voor vossenstandvermindering ter bescherming purperreigers
Bij besluit van 31 mei 2006 verleende het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland aan Vereniging Natuurmonumenten een vergunning op grond van artikel 19d van de Natuurbeschermingswet 1998 voor het verminderen van de vossenstand in het gebied Nieuwkoopse Plassen ter bescherming van de purperreigers. Verzoekster, Stichting De Faunabescherming, maakte bezwaar tegen deze vergunning en verzocht om een voorlopige voorziening.
De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde het verzoek en stelde vast dat de vergunning was gecorrigeerd zodat deze alleen betrekking had op specifieke locaties binnen het beschermde gebied en de jachtperiode was beperkt. Verzoekster stelde dat de vergunning niet had mogen worden verleend zonder passende beoordeling vanwege mogelijke significante gevolgen voor het gebied en de vogelsoorten.
De Voorzitter oordeelde dat de vergunning terecht was verleend zonder passende beoordeling omdat significante gevolgen waren uitgesloten op basis van beschikbare rapporten. Bovendien was de afweging van belangen zorgvuldig gemaakt waarbij het belang van de bescherming van de purperreiger zwaarder woog dan de geringe verstoring door de jacht op vossen. Verzoekster had geen concrete feiten aangevoerd die het tegendeel aannemelijk maakten.
Daarom zag de Voorzitter geen reden voor het treffen van een voorlopige voorziening en wees het verzoek af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de vergunning voor het verminderen van de vossenstand in het beschermde gebied Nieuwkoopse Plassen wordt afgewezen.