Uitspraak
200508099/1, volgt uit het stelsel van de Richtlijn dat het houden van mestvarkens enerzijds en het houden van zeugen anderzijds te onderscheiden activiteiten zijn die behoren tot respectievelijk de categorie genoemd in bijlage I, onder 6.6, aanhef en onder b, van de Richtlijn en de categorie genoemd in bijlage I, onder 6.6, aanhef en onder c, van de Richtlijn. Voorts heeft de Afdeling in voornoemde uitspraak overwogen dat bij de beoordeling van de vraag of een inrichting onder de werkingssfeer van de Richtlijn valt, de capaciteiten van de activiteiten die behoren tot de categorieën genoemd in bijlage I, onder 6.6, aanhef en onder a, b en c, van de Richtlijn niet bij elkaar dienen te worden opgeteld. De Afdeling ziet in hetgeen appellanten betogen geen aanleiding thans anders te oordelen.