ECLI:NL:RVS:2006:AY5867
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- C.J.M. Schuyt
- S.F.M. Wortmann
- Rechtspraak.nl
Beoordeling weigering vrijstelling bestemmingsplan voor woonhuis met kennel
Het college van burgemeester en wethouders van Uden heeft op 12 oktober 2004 een weigering uitgesproken voor vrijstelling van het bestemmingsplan om een woonhuis met kennel te bouwen op een perceel in het buitengebied. Deze weigering werd gevolgd door een afwijzing van de bouwvergunning op 1 maart 2005 en het ongegrond verklaren van bezwaren op 26 april 2005. De rechtbank 's-Hertogenbosch verklaarde het beroep van appellant tegen deze besluiten ongegrond op 26 september 2005.
Appellant stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte de afwijkingsbevoegdheid uit het streekplan 'Brabant in Balans' niet had toegepast. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde echter dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat geen sprake was van zeer zwaarwegende feiten of omstandigheden die een afwijking van het provinciale beleid rechtvaardigen. Tevens werd het beroep op het vertrouwensbeginsel afgewezen, omdat geen toezegging of redelijk vertrouwen was gewekt dat vrijstelling zou worden verleend.
De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Hiermee blijft de weigering van vrijstelling en bouwvergunning in stand, omdat het bouwplan niet strookt met het bestemmingsplan en het provinciale beleid.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van vrijstelling en bouwvergunning voor het woonhuis met kennel.