ECLI:NL:RVS:2006:AY5515
Raad van State
- Hoger beroep
- B. van Wagtendonk
- A.W.M. Bijloos
- D. Roemers
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bestuurlijke boete wegens arbeid zonder tewerkstellingsvergunning van Poolse werknemers
Appellant kreeg een bestuurlijke boete opgelegd door de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid wegens het laten verrichten van arbeid door Poolse werknemers zonder tewerkstellingsvergunning. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak heeft onderzocht of de vergunningplicht terecht werd toegepast, mede gelet op het EG-Verdrag en de overgangsregeling voor Poolse werknemers. Uit jurisprudentie van het Hof van Justitie bleek dat tijdelijke tewerkstelling in het kader van grensoverschrijdende dienstverrichting onder voorwaarden is toegestaan, maar dat het ter beschikking stellen van werknemers aan derden als toegang tot de arbeidsmarkt van de ontvangende lidstaat kan worden aangemerkt.
De feiten wezen uit dat de Poolse werknemers niet tijdelijk in het kader van een dienstverrichting waren uitgezonden, maar dat zij werk verrichtten voor appellant zonder vergunning. De overgangsregeling maakte het mogelijk dat Nederland de vergunningplicht handhaafde. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de bestuurlijke boete bevestigd.