ECLI:NL:RVS:2006:AY5488
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.M. Boll
- H.Ph.J.A.M. Hennekens
- M.W.L. Simons-Vinckx
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vergunning lozing hemelwater wegens onvoldoende motivering
Bij besluit van 21 juli 2005 verleende het dagelijks bestuur van het Waterschap Zeeuws-Vlaanderen aan appellante een vergunning voor het lozen van hemelwater op oppervlaktewater. Appellante stelde beroep in tegen dit besluit. De Raad van State beoordeelde het besluit aan de hand van het recht dat gold vóór 1 december 2005.
Appellante betoogde onder meer dat de beslisboom uit de nota afkoppelen ten onrechte werd toegepast, omdat de lozing sinds 1976 plaatsvindt en niet nieuw is. De Raad oordeelde dat de lozing niet als bestaande, vergunde lozing kan worden aangemerkt en dat toepassing van de beslisboom gerechtvaardigd was.
Verder stelde appellante dat de voorschriften voor een bezinkselafscheider en olie-benzine-afscheider onvoldoende waren gemotiveerd, omdat niet was aangetoond dat deze noodzakelijk waren. De Raad stelde vast dat het terrein niet duidelijk binnen de categorieën viel waarvoor deze voorzieningen verplicht zijn en dat de gebruikte rapporten niet aan het besluit ten grondslag lagen, waardoor de motivering onvoldoende was.
Ook het verbod op het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen was niet voldoende gemotiveerd, omdat geen onderzoek was gedaan naar de verontreiniging door deze middelen en het besluit geen concrete feiten bevatte ter onderbouwing.
De Raad verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het besluit en veroordeelde het waterschap tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot vergunningverlening wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering.