ECLI:NL:RVS:2006:AY5474
Raad van State
- Hoger beroep
- J.E.M. Polak
- W. van den Brink
- C.H.M. van Altena
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over planschadevergoeding gemeente Schiedam
Appellant, eigenaar van een appartement in Schiedam, verzocht om een hogere planschadevergoeding vanwege het bestemmingsplan "Metro" dat een spoortracé nabij zijn woning mogelijk maakte. De gemeenteraad kende een vergoeding van € 2.000 toe, vermeerderd met wettelijke rente. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellant gegrond, vernietigde het bezwaarbesluit, maar handhaafde de rechtsgevolgen van het oorspronkelijke besluit.
De Raad van State heeft het hoger beroep van appellant behandeld en onderzocht of sprake is van een planologische verslechtering die schade veroorzaakt. Uit de planologische kaarten en toelichtingen blijkt dat de gronden waarop het spoortracé is gerealiseerd niet onder het oude bestemmingsplan vielen en dat er geen ander bestemmingsplan van kracht was. De rechtbank heeft daarom terecht uitgegaan van de gemeentelijke bouwverordening als uitgangspunt, waaruit geen verslechtering voortvloeit.
Appellant voerde verder aan dat de rechtbank ten onrechte geen vergoeding toekende voor kosten van een deskundige en rechtsbijstand. De Raad van State oordeelt dat appellant geen verzoek tot vergoeding van rechtsbijstandskosten in bezwaar heeft gedaan en dat de deskundigenkosten niet voor vergoeding in aanmerking komen omdat het primaire besluit niet onrechtmatig is herroepen.
De Raad van State verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.