Uitspraak
200400079/1, en meer recent in de uitspraak van 26 april 2006, zaaknummer
200507881/1.
Raad van State
KDV Borus B.V. heeft bij het college van burgemeester en wethouders van Uithoorn subsidie aangevraagd voor 36 extra kinderopvangplaatsen, naast eerder toegekende subsidies voor 36 plaatsen. Het college wees de aanvraag af omdat de Regeling uitbreiding kinderopvang en buitenschoolse opvang alleen een rechtsverhouding tussen het Rijk en de gemeente regelt, zonder individuele aanspraken voor kindercentra.
De gemeente had een beleidsregel ('Nadere uitwerking') vastgesteld waarbij een eenmalige subsidie werd toegekend voor maximaal 25 plaatsen per kindercentrum. Deze regeling was bekend bij appellante en werd niet als onredelijk beoordeeld. Bovendien had appellante geen bezwaar gemaakt tegen eerdere besluiten, waardoor deze onherroepelijk waren.
De Raad van State oordeelde dat de gemeente binnen haar beleidsruimte de rijksmiddelen naar redelijkheid had verdeeld en dat appellante niet in aanmerking kwam voor extra subsidie voor plaatsen die niet in 2003 waren gerealiseerd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de subsidieaanvraag bevestigd.