ECLI:NL:RVS:2006:AY5045
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- R.H.L. Dallinga
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijdrage huurlasten wegens onvoldoende inkomensdaling
Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam wees de aanvraag van appellant voor een bijzondere bijdrage in de huurlasten over 2004-2005 af omdat het actuele inkomen niet ten minste 20% lager was dan het gecorrigeerde belastbaar jaarinkomen over 2003.
Appellant voerde aan dat het college ten onrechte een onterecht uitbetaalde en teruggevorderde WAO-uitkering bij het rekeninkomen had betrokken, waardoor het rekeninkomen te hoog werd vastgesteld. De rechtbank oordeelde echter dat de inkomensdaling 17% bedroeg en dat appellant daarom geen recht had op de bijzondere bijdrage.
De Raad van State bevestigt dit oordeel en wijst het hoger beroep af. Het geschil betreft uitsluitend het besluit over de bijzondere bijdrage; andere zaken zoals de terugvordering van de WAO-uitkering blijven buiten beschouwing.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door een enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak op 26 juli 2006.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de bijzondere bijdrage in de huurlasten wordt bevestigd.