ECLI:NL:RVS:2006:AY4256
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A.C. Slump
- W.D.M. van Diepenbeek
- C.H.M. van Altena
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vergoeding planschade na wijziging bestemmingsplan De Veentjes 1978
Appellant verzocht de gemeenteraad van Doetinchem om vergoeding van planschade als gevolg van een wijziging in het bestemmingsplan "De Veentjes 1978, zesde wijziging". Deze wijziging maakte het mogelijk om een gebouw met een grotere bouwlengte dichter bij zijn perceel te bouwen, wat volgens appellant leidde tot vermindering van privacy, beperking van zicht en aantasting van woongenot.
De gemeenteraad wees het verzoek af en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank Zutphen oordeelde aanvankelijk in het voordeel van appellant, maar bij een latere uitspraak werd het beroep ongegrond verklaard. Appellant stelde in hoger beroep dat de raad onzorgvuldig had gehandeld en dat het taxatierapport van RaboMakelaardij een andere conclusie rechtvaardigde.
De Raad van State overwoog dat de raad terecht op het deskundige advies van de Stichting Adviesbureau Onroerende Zaken (SAOZ) mocht vertrouwen, die stelde dat de ruimtelijke invloed van de bouwgrenswijziging verwaarloosbaar was. Ook werd benadrukt dat bij de beoordeling van planschade het planologische regime moet worden vergeleken, niet de feitelijke situatie. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.