Uitspraak
200506085/1, volgt uit artikel 5 van Pro het Besluit, in samenhang met de bijlagen IIa en IIb bij het Besluit, dat de voorliggende inrichting eerst uiterlijk op 31 oktober 2007 behoeft te voldoen aan de in bijlage IIa bij het Besluit gestelde grenswaarde van 100 mg/Nm3 voor de emissie van VOS en dat, indien de inrichting uiterlijk op 31 oktober 2005 is aangemeld voor het volgen van het in bijlage IIb beschreven reductieprogramma, zoals hier het geval is, per 31 oktober 2005 een "tussennorm" geldt van anderhalf maal de beoogde emissie. Verder heeft de Afdeling in die uitspraak overwogen dat de voorschriften van het Besluit rechtstreeks werken en dat het Besluit voor zowel nieuwe als bestaande inrichtingen een keuzemogelijkheid geeft voor het volgen van een reductieprogramma. Met deze keuzemogelijkheid wordt vorm gegeven aan de voorkeur voor een brongerichte aanpak, zodat de ontwikkeling en de toepassing van VOS-arme producten niet, zoals zich dat ook in het onderhavige geval zou kunnen voordoen, worden gefrustreerd door het stellen van onmiddellijk geldende emissiegrenswaarden. Uit de uitspraak volgt verder dat het, in verband met deze keuzemogelijkheid, in strijd zou zijn met artikel 5 van Pro het Besluit om aan een vergunning een onmiddellijk geldende emissiegrenswaarde voor VOS te verbinden. De Afdeling ziet geen aanleiding om hierover thans anders te oordelen.