Uitspraak
200406714/1, vrijstelling van het gebruik op grond van de planvoorschriften als de onderhavige slechts aan de orde is, indien zinvol gebruik overeenkomstig de bestemming objectief bezien niet meer mogelijk is. Voorts wordt, in aanmerking genomen die vaste rechtspraak, met de rechtbank overwogen dat het college bij afweging van de door appellant gestelde financiële belangen tegen het belang van handhaving van een goede ruimtelijke ordening in redelijkheid aan laatstgenoemd belang meer gewicht kunnen heeft kunnen toekennen. Het betoog van appellant faalt derhalve.