ECLI:NL:RVS:2006:AY3711
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- J.C.K.W. Bartel
- G.J. van Muijen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhavingsbesluit tegen illegale exploitatie verblijfsinrichting in Rotterdam
Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam heeft appellanten bij besluit van 18 september 2002 onder bestuursdwang gelast de exploitatie van een verblijfsinrichting aan een locatie in Rotterdam te beëindigen. Appellanten stelden dat het college ten onrechte alsnog een besluit op bezwaar had genomen en dat het primaire besluit onbevoegd was genomen. Ook voerden zij aan dat het pand bestond uit zelfstandige woonruimten en dat sprake was van een woongroep, waardoor het geen verblijfsinrichting zou zijn.
De Raad van State oordeelde dat het college bevoegd was het besluit te nemen en dat eventuele gebreken in het primaire besluit waren hersteld bij het besluit op bezwaar. Het pand moest als één woonruimte worden aangemerkt, omdat er geen feitelijke scheiding was en voorzieningen gemeenschappelijk werden gebruikt. De aanwezigheid van aparte aanslagen onroerende zaakbelasting deed hieraan niet af. Daarnaast was het pand als verblijfsinrichting in gebruik, ongeacht het argument van appellanten over een woongroep.
De Raad van State verwierp verder de stelling dat het college de illegale situatie had gedoogd en oordeelde dat appellanten voldoende gelegenheid hadden gehad hun zienswijze te uiten. Ook was er geen sprake van een onzorgvuldige procedure of schending van het recht op een eerlijk proces. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.