ECLI:NL:RVS:2006:AY3706
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- P. van Dijk
- J.A.M. van Angeren
- C.J.M. Schuyt
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek opname Koptische basisscholen in gemeentelijk schoolplan wegens ontbreken eigen richting
Appellante, een stichting die zich inzet voor de Koptisch-Orthodoxe gemeenschap, verzocht de gemeenteraad van Amsterdam om opname van twee Koptische basisscholen in het Plan van scholen basisonderwijs 2005-2007. Dit verzoek werd op 7 juli 2004 afgewezen. De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap verklaarde het daarop ingestelde administratief beroep ongegrond, omdat volgens hem geen sprake was van een eigen richting zoals bedoeld in artikel 76 van Pro de Wet op het primair onderwijs (WPO).
Appellante stelde dat het onderwijs dat zij wil bieden wel degelijk een eigen richting vormt en dat de afwijzing een schending is van het grondrecht op vrijheid van onderwijs (artikel 23 Grondwet Pro). Zij betwistte ook de motivering van het advies van de Onderwijsraad waarop de minister zijn besluit baseerde. De Raad van State overwoog dat voor de beoordeling van de richting van een bijzondere school vooral de statuten van de aanvragende stichting en de maatschappelijke aanwezigheid van de geestelijke stroming in Nederland van belang zijn.
De Raad concludeerde dat de Koptisch-Orthodoxe gemeenschap in Nederland te klein en te weinig verspreid is om als een eigen richting te worden aangemerkt die ook op andere terreinen van het maatschappelijk leven doorwerkt. Ontwikkelingen in het buitenland zijn daarbij niet relevant. De vrijheid van onderwijs wordt niet geschonden door de toepassing van artikel 76 WPO Pro in dit concrete geval. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de afwijzing van opname van de scholen in het gemeentelijk plan gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek tot opname van de Koptische basisscholen in het gemeentelijk schoolplan wordt afgewezen.