Uitspraak
200408729/1, gedeeltelijk vernietigd.
Raad van State
De gemeenteraad van Maarssen stelde op 2 februari 2004 het bestemmingsplan "Herenweg-Gageldijk e.o. partiële herziening 2002" vast, dat onder meer een vergroting van het bebouwingsvlak op een perceel met de bestemming "Bedrijven -B-" betrof. Verweerder, het college van gedeputeerde staten van Utrecht, keurde dit bestemmingsplan goed bij besluit van 14 februari 2006. Verzoekers, wonend nabij het perceel, maakten bezwaar tegen deze goedkeuring en vroegen de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State om een voorlopige voorziening te treffen om te voorkomen dat op het plandeel tot aan hun erfgrens zou worden gebouwd en dat er transportactiviteiten zouden plaatsvinden.
Tijdens de zitting bleek dat er geen bouwvergunning was verleend of aangevraagd voor bebouwing op het betreffende plandeel en dat belanghebbende geen plannen had om een bouwvergunning aan te vragen. Hierdoor ontbrak het spoedeisend belang voor het treffen van een voorlopige voorziening. Tevens werd bevestigd dat transportactiviteiten op het plandeel niet zijn toegestaan, waardoor de vrees van verzoekers ongegrond was.
Op grond van deze feiten concludeerde de Voorzitter dat het verzoek om een voorlopige voorziening niet kon worden toegewezen en wees dit af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan op 7 juli 2006 door de Voorzitter en een ambtenaar van Staat.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de goedkeuring van het bestemmingsplan is afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.