ECLI:NL:RVS:2006:AY3658
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- S.W. Schortinghuis
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering bouwvergunning en vrijstelling voor woninguitbreiding in Utrecht
Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht weigerde op 15 november 2004 een bouwvergunning en vrijstelling voor het vergroten van een woning door een zijaanbouw en het veranderen van een garage tot keuken. Appellanten maakten bezwaar, dat door het college ongegrond werd verklaard. De rechtbank Utrecht verklaarde het beroep van appellanten eveneens ongegrond.
Appellanten stelden dat het college het weigeren van de vrijstelling onvoldoende had gemotiveerd, met name omdat het bestemmingsplan recent was vastgesteld en het college aanvankelijk een precedentwerking als reden gaf maar dit standpunt later introk. De Raad van State oordeelde dat het besluit op bezwaar niet deugdelijk gemotiveerd was in strijd met artikel 7:12 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit op bezwaar van het college, en veroordeelde het college tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Hierdoor kan appellanten alsnog medewerking worden verleend aan de bouwplannen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van het college wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering.