ECLI:NL:RVS:2006:AY0385
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
- F.P. Zwart
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Vaststelling voorkeursrecht op bedrijfsgrond ondanks strijdig gebruik met bestemmingsplan
De gemeente vestigde een voorkeursrecht op percelen die toebehoren aan appellanten, gebaseerd op het bestemmingsplan 'Bedrijventerrein Borchwerf II'. Appellanten stelden dat het gebruik van de gronden niet afweek van het oude bestemmingsplan en dat de vestiging van het voorkeursrecht daarom onrechtmatig was. De rechtbank Breda verklaarde het beroep van appellanten gegrond en vernietigde het besluit van de gemeente.
De Raad van State oordeelde dat het feitelijke gebruik van de gronden leidend is voor de beoordeling van afwijking van het bestemmingsplan, niet het gebruik zoals toegestaan onder het oude plan. Verder bleek dat bedrijfswoningen niet zijn toegestaan in het definitieve bestemmingsplan, waardoor het huidige gebruik strijdig is. De Raad vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van appellanten ongegrond.
De Raad bevestigde dat het voorkeursrecht terecht is gevestigd op de percelen in hun geheel, ook al is het gebruik deels strijdig met het bestemmingsplan. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 5 juli 2006.
Uitkomst: Het beroep van appellanten wordt ongegrond verklaard en het voorkeursrecht op de percelen wordt bevestigd.