ECLI:NL:RVS:2006:AX9495
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- J.A.M. van Angeren
- W. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging bouwvergunning dakopbouw wegens ontbreken juiste motivering vrijstelling
Het college van burgemeester en wethouders van Zoetermeer verleende op 12 september 2002 een bouwvergunning voor het plaatsen van een dakopbouw op een woning. Naar aanleiding van bezwaar van wederpartijen herzag het college dit besluit en verleende het een vrijstelling en bouwvergunning. De rechtbank 's-Gravenhage verklaarde het beroep van wederpartijen gegrond, vernietigde het besluit en bepaalde dat het college een nieuwe beslissing moest nemen met inachtneming van de uitspraak.
Het college stelde hoger beroep in bij de Raad van State. De Raad overwoog dat in de gemeente Zoetermeer een adviescommissie is ingesteld op grond van artikel 7:13 Awb Pro. Deze commissie had geoordeeld dat het bouwplan in strijd was met het bestemmingsplan en dat alleen met een vrijstelling op grond van artikel 19 WRO Pro de bouwvergunning gehandhaafd kon worden. De commissie adviseerde het college het besluit te herroepen en de vergunning te weigeren, omdat onvoldoende informatie was om belangenafweging te maken.
Het college besloot desalniettemin vrijstelling te verlenen, maar motiveerde deze afwijking niet overeenkomstig artikel 7:13, lid 7, Awb. De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde het vonnis van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de vernietiging van het besluit tot het verlenen van de bouwvergunning wegens onvoldoende motivering van de afwijking van het advies van de bezwaarcommissie.