ECLI:NL:RVS:2006:AX9065
Raad van State
- Hoger beroep
- P. van Dijk
- J.A.M. van Angeren
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking exploitatievergunning wegens illegale prostituees in Groningen
De burgemeester van Groningen trok op 6 november 2001 de exploitatievergunning van appellant voor een periode van twee weken in vanwege het aantreffen van prostituees zonder geldige verblijfstitel in het pand. Appellant maakte bezwaar, dat door de burgemeester werd afgewezen. De rechtbank Groningen verklaarde het beroep van appellant ongegrond. Appellant ging in hoger beroep bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat de gemeenteraad op grond van artikel 151a van de Gemeentewet bevoegd is voorschriften te stellen omtrent het bedrijfsmatig geven van gelegenheid tot seksuele handelingen. De intrekking van de vergunning wegens illegale prostitutie raakt de huishouding van de gemeente en is gericht op het voorkomen van verstoring van de openbare orde.
Appellant voerde aan dat de aanwezigheid van illegale prostituees niet tot de gemeentelijke huishouding behoort en dat de prostituees het recht hadden als zelfstandige te werken op grond van associatieovereenkomsten. De Raad verwierp deze bezwaren, stellende dat het rechtmatig verblijf niet automatisch het recht geeft als zelfstandige te werken zonder geldige verblijfstitel en dat de maatregel van de burgemeester binnen de gemeentelijke bevoegdheid valt.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de intrekking van de exploitatievergunning wegens aanwezigheid van prostituees zonder geldige verblijfstitel.