Uitspraak
200200389/1(AB 2003, 414), dat de rechtbank aldus heeft miskend dat het niet nakomen van de uitwerkingsplicht niet tot gevolg heeft dat het bouwverbod niet meer gold.
Raad van State
De zaak betreft het hoger beroep van de raad van Ridderkerk tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam, die het beroep van Apron Development B.V. tegen de afwijzing van haar verzoek om planschadevergoeding gegrond verklaarde.
Apron was eigenaar van een perceel dat onder het bestemmingsplan "Noordenweg-Westmolendijk, 1e herziening" was bestemd als uit te werken gebied voor bedrijven, waarbij bouwen slechts mogelijk was na vaststelling van een uitwerkingsplan. Dit uitwerkingsplan was niet vastgesteld, waardoor feitelijk een bouwverbod gold. Onder het latere bestemmingsplan "De Gieterij" was het perceel deels bestemd voor kantoordoeleinden met beperkingen in bouwhoogte en oppervlakte.
De rechtbank oordeelde dat bij de planologische vergelijking niet de feitelijke situatie, maar de maximale bouwmogelijkheden onder het vorige planologische regime moesten worden betrokken. De raad stelde dat het niet nakomen van de uitwerkingsplicht het bouwverbod in stand hield, maar dit werd door de Afdeling verworpen. De Afdeling bevestigde dat de raad terecht het beroep van Apron heeft afgewezen en veroordeelde de raad tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep van de raad wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.