Uitspraak
200204159/1heeft de Afdeling overwogen dat de rechtbank, gelet op het vorenweergegeven artikel 8:1, derde lid, aanhef en onder a, van de Awb en op de parlementaire geschiedenis van dat artikellid, bevoegd was kennis te nemen van beroepen tegen een besluit van de Minister tot onthouding van goedkeuring als ook hier aan de orde, nu een dergelijk besluit geen besluit is in de zin van voormeld artikel 35 van Pro de Wtg en evenmin een besluit is dat naar wettelijke grondslag, onderwerp en strekking zodanige overeenkomst met de wel onder de letter van deze bepaling vallende besluiten vertoont, dat van een onbedoeld hiaat in de beroepsbepaling sprake is.