ECLI:NL:RVS:2006:AX7063
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- M. Oosting
- J.R. Schaafsma
- H.Ph.J.A.M. Hennekens
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vergunning mestdrogerij wegens onvoldoende motivering luchtkwaliteitsaspect
Bij besluit van 28 juni 2005 verleende het college van gedeputeerde staten van Flevoland een vergunning voor het in werking hebben van een mestdrogerij aan de Colijnweg 2 te Ketelhaven. Tegen dit besluit werd door meerdere partijen beroep ingesteld bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak behandelde het geschil en beoordeelde de ontvankelijkheid van de beroepen en de inhoudelijke gronden.
De Afdeling stelde vast dat enkele beroepsgronden niet ontvankelijk waren omdat zij niet als bedenkingen tegen het ontwerpbesluit waren ingebracht. Daarnaast werden enkele voorschriften in de vergunning vernietigd wegens onduidelijkheid en strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel. Het belangrijkste bezwaar was echter het ontbreken van een deugdelijke onderbouwing van het luchtkwaliteitsaspect, met name de bijdrage van de inrichting aan de concentraties van zwevende deeltjes (PM10).
De Afdeling oordeelde dat het besluit onzorgvuldig was voorbereid en niet deugdelijke was gemotiveerd op dit punt, hetgeen tot vernietiging van het gehele besluit leidde. Andere bezwaren, zoals die tegen emissienormen en milieutechnische voorschriften, werden afgewezen. De provincie Flevoland werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan appellante sub 1.
Uitkomst: Het besluit tot vergunningverlening wordt vernietigd vanwege onvoldoende onderzoek en motivering van het luchtkwaliteitsaspect.